Art. 8. decreet
13-4-1993
§ 1. De leden van
de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken zijn, ieder
voor wat zijn vak betreft, in het gewoon en buitengewoon lager en secundair
onderwijs, [in de lerarenopleidingen georganiseerd door de hogescholen] en
in het pedagogisch hoger onderwijs bevoegd voor :
n1°
de controle op de naleving van het lesrooster en de verklaringen betreffende
de keuze voor een godsdienst of de niet-confessionele zedenleer, bedoeld in
artikel 8en 8bis
van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige
bepalingen van de onderwijswetgeving [of bedoeld in het
artikel 29 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997];
n2°
de controle van de leermiddelen;
n3°
de controle van de bewoonbaarheid, de didactische bruikbaarheid en de
hygiėne van de lokalen;
n4°
het uitbrengen van beleidsadviezen;
n5°
het controleren van de uitvoering van de leerplannen en de controle van het
peil der studiėn;
n6°
de externe ondersteuning en de beoordeling van de beroepsbekwaamheid en de
pedagogische bekwaamheid van de betrokken leerkrachten en het stimuleren van
initiatieven ter verbetering van de beroepskwaliteit;
n7°
het ontwikkelen van initiatieven ter bevordering van de onderwijskwaliteit
van het betroken vakgebied en het bewaken en het stimuleren van het aan de
levensbeschouwing aangepast opvoedingsproject binnen het vakgebied;
n8°
alle andere opdrachten die worden toegekend door of krachtens wetten en
decreten.